Terug
Catwalk

Klassieke japonnen en flonkerend fluweel

Vorige / volgende:

Zes zalen vol japonnen, kleurrijke Franse zijde en flonkerende fluwelen mannenpakken uit de 18e eeuw. Voor het eerst toont het Rijkmuseum een ruime keuze uit zijn gevarieerde mode collectie in de tentoonstelling Catwalk. Fotograaf Erwin Olaf heeft de tentoonstelling vormgegeven. Catwalk en is te zien van 20 februari tot en met 16 mei.

Erwin Olaf is niet zo’n fashion victim, zegt hij. De outfit die hij tijdens de opening van Catwalk draagt, heeft hij de avond van tevoren uitgekozen. ‘Het is iets donkers geworden, dat schept wat afstand. En in deze trui lijken mijn schouders breder.’  Toch was hij meteen enthousiast toen Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes hem vroeg een tentoonstelling over mode van 1700 tot 1960 samen te stellen. Samen met de conservator en restaurateurs van het Rijksmuseum richtte hij zes museumzalen in met indrukwekkende hoepeljaponnen, strakke mantelpakken, de ‘Mondriaanjurk’ van Yves Saint Laurent en zelfs ondergoed van een Friese stadhouder uit de zeventiende eeuw. 

Zwevende jurken op de catwalk

Zwevende japonnen
In een van de zalen staat een catwalk met mantelpakken en jurken uit de twintigste eeuw. De ‘stukken’, zoals de deskundigen ze noemen, lijken kalm te zweven over de ellipsvormige catwalk, voortbewogen door een soort onzichtbare lopende band. Rond de catwalk staan stoelen voor het publiek en er klinkt muziek van David Bowie (Fashion), Grace Jones (The fashion show) en RuPaul (Supermodel).

Een van de catwalkjurken is gemaakt van zijden landkaarten van RAF-piloten. De piloten droegen de landkaarten in de Tweede Wereldoorlog op hun lichaam. Zo zouden ze de weg kunnen vinden na een noodlanding. Papieren plattegronden waren te kwetsbaar, zeker bij en noodlanding in zee. Na de oorlog was er een tekort aan stof en zo besloot de ontwerpster van de landkaarten een jurk te maken.


Onderbroek
In een aanpalende zaal is de knielange onderbroek, waarschijnlijk afkomstig van de Friese stadhouder Hendrik Casimir te aanschouwen. Het heeft iets intiems, ook al leeft de stadhouder niet meer. En wie wat verder loopt, komt terecht op een gemaskerd bal waar strak aangesnoerde japonnen zijn opgesteld tegenover het losvallende Mondriaanjurkje van Yves Saint Laurent (YSL) uit 1965. De zwart geverfde ‘YSL-pop’ staat hoog opgesteld in een gouden poort. Zij vertegenwoordigt de net bevochten vrijheid van vrouwen. De levenloze draagsters van de jurken met korsetten en baleinen lijken met ontzag toe te kijken. Olaf: ’Ik vond het mooi om juist de YSL-pop zwart te verven. Het dragen van mooie, dure kleren was lang het voorrecht van blanke rijken. Dat is in de vorige eeuw veranderd. Daarbij wilde ik duidelijk maken dat deze tentoonstelling voor iedereen is, niet alleen voor een wit, Nederlands publiek.’ 

Ymre Stiekema gefotografeerd in de jurk die Helena Slicher in 1759 op haar huwelijk droeg. Tegenover het portret is de jurk van Slicher tentoongesteld.

Breedste jurk
Dansen op haar trouwdag zal niet gemakkelijk zijn geweest voor Helena Slicher die in 1759 een adellijk huwelijk sloot. Haar sensationele trouwjurk is de breedste jurk van Nederland, met een hoepel van twee meter breed. In dezelfde zaal hangt een portret dat Olaf maakte van het model Ymre Stiekema, in de trouwjurk van Helena. Op een ander portret van Olaf draagt Stiekema een 19e eeuwse jurk uit de mode-collectie van het Rijksmuseum. Zo krijgen de japonnen van eeuwen geleden ineens een hippe, arty uitstraling.

Ondanks zijn tentoongestelde modefoto’s beschouwt Olaf zichzelf niet als modefotograaf. ‘Ik heb wel kleren gefotografeerd voor Diesel en modereportages voor New York Times en Vogue gemaakt, maar dat ervoer ik niet als modefotografie. Ik maakte gewoon mooie foto’s.’ Olaf is overigens uitgesproken over wat hij wel en niet mooi vindt. ‘Ik houd niet van “Laat maar waaien”, iedereen in zijn joggingpak op tv. Ik zie veel liever iemand in een mooi gesneden pak.’


Vreemde eend
Hoe ging Olaf het samenwerken met museummensen af? Tolereerden zij hem als vreemde eend in de bijt? ‘Het ging fantastisch,’ zegt Olaf. ‘Het zijn gedreven, perfectionistische mensen. Ik heb groot respect voor ze.’ Olaf bedacht de thema’s van de zalen, de museummedewerkers dachten na over de technische gevolgen. Dat leidde tot een restrictie voor Olafs idee om de catwalkzaal in te richten. Alleen de mode-collectie uit de twintigste eeuw was geschikt voor de catwalk. De oudere stukken zouden teveel beschadigen als ze steeds bewogen.

Het grootste deel van de kledingstukken wordt zonder vitrine tentoongesteld. Dat is best spannend voor de restaurateurs. De tere stof is extreem onderhevig aan slijtage door licht, lucht en stof. Hoofd van het restauratieatelier Suzan Meijer: ‘Het idee is dat de kleren dichterbij komen doordat je ze aan kunt raken. Maar aanraken zou de stukken echt beschadigen. We hopen dat het publiek die neiging kan onderdrukken.’

De collectie in het Rijksmuseum is de oudste modecollectie van Nederland.

Scheve jurk

De collectie in de Rijksmuseum is de oudste modecollectie van Nederland. De collectie bestaat uit ongeveer 10.000 voorwerpen afkomstig uit de periode 1700 tot 1960. Een groot deel van de tentoongestelde jurken, pakken en japonnen zijn legaten of erfenissen van Nederlandse notabele families. Elk kledingstuk heeft zijn verhaal. Zo is er een ‘scheve jurk’ – die werd ontworpen voor een dame met een uitzonderlijke bouw. De verhalen achter de stukken verschijnen later dit jaar in een boek.

Vorige / volgende: