Terug
Digitale galerij

Ruiterportret Frederick Rihel, ca. 1663

Vorige / volgende:

Er zijn eeuwenoude tradities in de portretschilderkunst, daarbij staat min of meer vast hoe de geportretteerden moeten worden afgebeeld. Natuurlijk kende Rembrandt deze regels. Toch probeerde hij zoveel mogelijk de grenzen op te zoeken.

In het Nederland van de 17e eeuw waren er veel rijke kooplieden en regenten die zichzelf graag wilden laten vereeuwigen. Zo konden ze hun sociale en politieke status tonen. De jonge Rembrandt was buitengewoon succesvol als portrettist, zeker ook in commercieel opzicht. Tussen 1642 en 1651 schilderde Rembrandt heel weinig, dus ook geen portretten. Maar in zijn late periode begon hij weer met portretten. Opvallend is dat hij verschillende typen portret voor het eerst ging schilderen: een familieportret (zoals dat van Braunschweig), een regentenportret (zoals De Staalmeesters) en een ruiterportret, namelijk die van de rijke bankier Frederick Rihel. In al die werken brak hij regelmatig met de geldende conventies – en dat geldt ook voor het ruiterportret van Rihel.


Rembrandt de portretschilder

In de Republiek lag de macht bij een bredere groep van notabelen, kooplui en ambachtslieden. Deze elite wilde zich, net als elders in Europa, maar al te graag laten vereeuwigen. Rembrandt was hiervoor in zijn beginperiode een veelgevraagd kunstenaar. Tijdens zijn onstuimige start als portretschilder verdiende hij er een vermogen mee. Lange tijd schilderde Rembrandt nauwelijks portretten, maar de late Rembrandt werd, mede ingegeven door financiële nood, weer actief binnen dit genre. Zoals we Rembrandt kennen deed hij dit op een geheel eigen manier.

Klik om in te zoomen
Een goede leider

Op het Ruiterportret van Frederick Rihel (ca. 1663) wordt een zogenaamde levade uitgevoerd, een schijnbaar moeiteloze maar uiterst moeilijke beweging voor zowel de ruiter als het paard. Een geoefend paard kan deze houding slechts een seconde of 5 vasthouden. Door deze beweging uit te voeren laat de ruiter zien dat hij de rijkunst tot in de puntjes beheerst, wat symbool staat voor zijn uitmuntende leiderschapskwaliteiten. De ware heerser was te herkennen aan zijn kunst het paard onder bedwang te houden. Machthebbers in Europa lieten zich maar wat graag afbeelden op grootschalige ruiterportretten. Gewone burgers werden niet geacht zichzelf zo vorstelijk groot af te laten beelden. De bankier Frederick Rihel (1621-1681) en Rembrandt trokken zich weinig aan van de tradities. 

Bankier met ambitie

De late Rembrandt was onophoudelijk bezig zijn grenzen te verleggen. Daarmee balanceerde hij op de smalle grens tussen de verwachtingen van vermogende klanten en zijn eigen artistieke drijfveren. Steeds moest hij inschatten hoe ver hij kon gaan bij een opdrachtgever. Frederick Rihel kwam uit Straatsburg. Waarschijnlijk voelde hij zich aangetrokken tot de pracht en praal van de aristocratie en de pronkerige tradities uit andere Europese landen. Hij was een welgesteld koopman die zich als bankier succesvol had opgewerkt bij het gerenommeerde bankiershuis Bartolotti, waar onder andere het Huis van Oranje klant was. We kennen nog steeds het beroemde Bartolottihuis, op de knik van de Amsterdamse Herengracht nummer 170-172. Rihel had zojuist het roer bij het bankiershuis overgenomen.

  • Gezicht van Rihel

    De nadruk krijgt niet het paard, maar het gezicht en het fraaie kostuum. Dikke klodders en vegen witte, gele en rode verf suggereren de glinsteringen in de rijke kleding en rijtuig.

  • Europese heersers

    Europese heersers lieten zich maar wat graag op vorstelijke wijze, te paard portretten door grote schilders zoals Titiaan, Rubens, Van Dyck en Velázquez.

  • Karel V

    De Venetiaanse oude meester Titiaan had honderd jaar eerder Karel V al met paard in de veelzeggende levade beweging geschilderd, waarbij het paard zijn voorbenen van de grond heeft.

Paardenliefhebber

Frederick Rihel was een groot liefhebber van paarden. Bovendien maakte de koopman, drie jaar voor het schilderen van dit portret, deel uit van de prestigieuze eregarde. Deze vormde een ceremoniële escorte van Mary Stuart, prinses van Oranje, en de jonge prins Willem III tijdens hun intocht in Amsterdam. Het was een belangrijk moment in de geschiedenis van de stad die, na jaren van onenigheid, een betere verstandhouding kreeg met het Huis van Oranje. Het portret kon daardoor dienen als herinnering aan dit belangrijke moment.

Over het schilderij

  • Ruiterportret van Frederick Rihel, ca. 1663
  • Canvas, 294.5 x 241 cm
  • London, National Gallery
Vorige / volgende: